Ouderbegeleiding
Bij een aantal kinderen is ouderbegeleiding een belangrijk onderdeel van de therapie. Sommigen zijn hier verbaasd over: ‘Het gaat toch niet om mij, maar om mijn kind?’
Mijn opvatting is dat ouders/opvoeders betrokken moeten worden bij de hulpverlening. Je vervult namelijk een belangrijke, zo niet de belangrijkste rol in het leven van een kind. Je bent verantwoordelijk voor het kind. Vandaar dat in mijn werkwijze in principe behalve het kind ook de ouders kunnen worden begeleid. Soms volstaat het om tijdens het intake-/evaluatie- of eindgesprek de rol van jou als ouder te bespreken, en soms zijn er enkele gesprekken nodig. Uiteraard gebeurt dit in goed overleg. In een enkel geval krijgen alléén de ouders begeleiding. Dit gebeurt bijvoorbeeld als de ouders komen met een hulpvraag voor begeleiding bij de opvoeding, als het kind heel jong is of als het er om gaat dat de ouders geholpen willen worden om hun kind te helpen. Het streven is dat als er twee opvoeders zijn, zij ook allebei aan de ouderbegeleiding deelnemen.
Waar gaat het om bij ouderbegeleiding?
Met de ouders wordt in de ouderbegeleiding gesproken over hun rol van opvoeder. Dit betekent dat relatieproblemen of persoonlijke problemen alleen aan de orde komen als deze samenhangen met de problemen die er voor het kind spelen. We spreken samen af waar de ouderbegeleiding in jullie geval op zal zijn gericht en daar houden we de gesprekken over. Hoe vaak wordt in overleg vastgesteld. We bespreken de problemen die als opvoeder (met het kind) worden ervaren. De ouderbegeleider steunt, adviseert en denkt mee over mogelijke veranderingen. Soms krijgen de opvoeders een opdracht mee om thuis uit te voeren. Als uw kind zelf ook hulp krijgt, dan is de ouderbegeleider een andere hulpverlener omdat het belangrijk is dat ieder afzonderlijk de kans krijgt zich volledig en vrij te uiten. Beide hulpverleners hebben in zo’n situatie overleg met elkaar.
Nuttige tips
Hoe kan ik mijn kind ongewenst gedrag afleren?
Iedere opvoeder kent het gevoel wel dat je je kind steeds aanspreekt of corrigeert op hetzelfde gedrag, maar dat het niet lijkt aan te komen. Bijvoorbeeld je kind wordt ‘s nachts steeds wakker en komt dan het bed uit om bij jou te komen liggen. Je krijgt de indruk dat het een spelletje wordt. Je wilt dat dit ongewenste gedrag stopt.
In veel gevallen wordt dan eerder aan straffen gedacht in plaats van belonen. Straffen helpt om het gedrag direct stop te zetten. Wil je dat je kind het ongewenste gedrag echt afleert dan heeft belonen meer effect. Aanmoediging steunt namelijk de ontwikkeling van kinderen. Op deze wijze herhaalt het kind wat de volwassene goed vond. En door herhaling leert het kind. Tevens zorgt belonen voor een prettige sfeer in het gezin. Maar hoe doe je dat nu in de praktijk? Hieronder volgt een aantal tips die helpen om ongewenst gedrag af te leren.
- Herformuleer allereerst het probleemgedrag in gewenst gedrag. Het afleren van ongewenst gedrag is namelijk het aanleren van nieuw gedrag. Bijvoorbeeld: het gewenste gedrag is dat je kind ‘s nachts doorslaapt.
- Begin niet bij het eindresultaat. Begin bij wat het kind al kan. Bijvoorbeeld: Vraag je af hoe vaak je kind wel doorslaapt. Als dat bijvoorbeeld 1x per week is, dan is 1x per week de beginstap voor verandering van het gedrag.
- Verbind een krachtige positieve sociale beloning aan deze eerste stap. Wordt deze beginstap niet behaald dan volgt er geen beloning, maar ook geen straf! Sociale beloningen zijn bijvoorbeeld een compliment geven, een activiteit samen doen, een zelfgemaakte medaille, een verhaaltje voorlezen, etc.
- Leg op een rustig moment aan je kind uit wat je wilt bereiken.
- Werk in kleine stapjes. Volg daarbij het tempo van het kind. Bijvoorbeeld: slaapt het kind 1 nacht door, ga dan naar de volgende stap dat het kind 2 nachtjes moet doorslapen.
- Ga pas naar de volgende stap over als alle voorgaande stappen foutloos gaan.
- Als het eindresultaat bereikt is, probeer dan de goedlopende afspraken nog lang genoeg vol te houden!
Effectief en verantwoord straffen.
In veel gezinnen en instellingen zie ik dat opvoeders hun best doen om positief op te voeden en gewenst gedrag te belonen. Toch kom je er niet altijd onderuit om ook te moeten straffen. Een straf ofwel consequentie geeft heel duidelijk een grens aan. Het kind weet daardoor dat hij of zij te ver is gegaan. Ik krijg regelmatig de vraag van opvoeders hoe ze op een verantwoorde en effectieve wijze kunnen straffen. Hieronder volgt een aantal tips hoe je dat kunt doen:
- Een straf heeft een opvoedende functie. Straf is geen wraak. Probeer niet uit onmacht een straf op te leggen, maar neem even een time-out en reageer dan pas.
- De straf moet in verhouding staan tot de ernst van de feiten.
- Straf meteen en niet straks. Hoe sneller een straf wordt uitgevoerd hoe eerder het weer goed kan komen.
- Maak duidelijk wat je met ongewenst gedrag bedoelt en formuleer het gewenste gedrag. Dus zeg bijvoorbeeld: Je mag niet door de kamer schreeuwen, maar je mag wel naar mij toe lopen en zeggen wat er is.
- Kies een straf waar jullie het als opvoeders samen over eens zijn en pas die altijd consequent toe.
- Wees preventief, maak tijdig afspraken. Als bepaald gedrag vaker voorkomt, bedenk dan een plan hoe je ermee om kunt gaan.
- Na de straf moet het kind met een schone lei kunnen beginnen. Dus blijf niet boos en ga niet lang napraten.
- Vraag het kind niet naar het waarom van zijn ongewenste gedrag, maar in plaats daarvan wat hij heeft gedaan en hoe het anders zou kunnen.
- Zit je fout, durf dat toe te geven aan je kind.




